Home » Columns » Archief columns » Hallo, hier zijn we dan!

Hallo, hier zijn we dan!

 

Net als ik denk zal ik dan toch maar braaf gaan koken gaat de deurbel. Wanneer ik de deur openzwaai zie ik twee mannen in overall voor me staan. Een wat ouder exemplaar en een waarschijnlijk nog lerend jonkie. De oudere staat wat ongeduldig heen en weer te bewegen en roept vrolijk:
‘Hallo, hier zijn we dan!’ Terwijl ik me verwonder over zijn uitroep zie ik dat hij iets in zijn handen heeft. Een soort stokje met het lijkt wel een aantal plukken watten eromheen in verschillende diktes. Hij staat er ritmisch mee op zijn linkerhand te slaan. Zo te zien heeft hij er zin in. Maar waarin? Ik heb geen flauw idee wat het is of wat ze komen doen. Mijn verbijstering moet af te lezen zijn van mijn gezicht.
‘Hallo,’ zeg ik aarzelend.

 

‘Of zijn we verkeerd?’ vraagt hij na nogmaals mijn gezicht gadegeslagen te hebben. Het mysterieuze stokje met watten verdwijnt in zijn zakken en hij tovert een plastic hoes tevoorschijn met waarschijnlijk een order erin.
‘Zijn we hier op de vossenstraat nummer 3?’ vraagt hij onderwijl wat zenuwachtig naar mij turend.
‘Jazeker,’ kan ik beamen. Even zie ik opluchting over zijn gezicht glijden. Gerustgesteld knikt hij naar het jonkie alsof hij wil zeggen:
‘Zie je wel, we zijn goed. De lieverd is de afspraak gewoon vergeten.’ Hij kijkt nogmaals op het formulier en zegt ter controle: 'de familie Janssen.’ Ik begin te lachen, nu begrijp ik het.

 

‘Nee,’ zeg ik, ‘dat klopt niet, dat zijn de vorige bewoners. De verbijstering is nu van zijn gezicht af te lezen. Nogmaals kijkt hij op het formulier alsof daar staat wat hij nu moet doen.
‘Oh jee, waar zouden die dan nu wonen?’ roept hij verschrikt uit. Even ziet hij na een lange dag werken het spookbeeld van nog een onverwachte lange rit opdoemen terwijl hij toch al bijna aan de warme hap dacht aan te schuiven. Ongetwijfeld door vrouw lief klaar gemaakt en al dampend uitnodigend op zijn eettafel thuis staat te wachten. Ik krijg medelijden met de man en vertel hem dat ze nog in hetzelfde dorp wonen, een stukje verder op maar dat ik niet meer precies het adres weet, ze zijn tenslotte al zo’n acht jaar weg hier.

 

Zijn gezicht klaart op, hij heeft inmiddels bedacht wat te doen.
‘Nou, dan moet ik ze maar even bellen he?’ zegt hij opgelucht. Terwijl ze zich omdraaien en naar een enorme vrachtwagen lopen hoor ik ze nog roepen:
‘Houdoe hè.’ Blijkbaar hebben ze even later telefonisch het juiste adres doorgekregen en puffend en steunend zet de grote wagen zich in beweging. Terwijl ze langsrijden zie ik Lucky Leder staan op de zijkant. Hoewel dat in ieder geval het gebruiksgebied van het mysterieuze stokje met iets wat op watten lijkt aangeeft, weet ik nog steeds niet waar het precies voor dient. Ik geloof dat ik het ook eigenlijk niet wil weten.

 

 

@Ingrid Aanen 10 Feb 2015