Home » Columns » Archief columns » Nachtelijke escapade

Nachtelijke escapade

 

Ergens tussen waken en slapen hoor ik een snerpend geluid. De voordeurbel, ik weet het meteen. Een snelle blik op de wekker leert me dat het 00.30 uur is. Gauw laat ik me uit bed glijden, mompelend in mezelf dat ik op dit tijdstip echt niet ga opendoen. Tussen de lamellen door tuur ik naar beneden om te zien welke onverlaat er op dit uur durft aan te bellen. Even later verschijnt er een hoofd dat naar boven kijkt en ik herken de buurman van drie deuren verder. Oeps, wat moet tie nou?

 

Ik gris een badjas van een haakje en verdrink er bijna in bij het aandoen. De badstof jas heeft een felle mintkleur, zo een die oplicht in het donker wat in dit geval misschien wel handig is. Drie maten te groot ook trouwens, ooit eens gekregen van een klant. Onze hele afdeling kreeg zo’n jas, allemaal dezelfde maat. Misschien een partijtje over? Intussen heb ik mijn sleutels gepakt en ben naar de voordeur gerend. Half achter deur blijvend vanwege mijn outfit groeten we elkaar een beetje onwennig. We kennen elkaar wel van het gebruikelijke praatje op straat maar dit is toch duidelijk een andere situatie.

  

‘Ik weet niet of het de bedoeling is, maar je garagedeur staat wagenwijd open.’
‘Uh, nee, dat is niet de bedoeling,’ zeg ik, ‘ik ga het meteen dichtdoen.’
‘Ik loop er vast naar toe,’ zegt de buurman. Tijd om me om te kleden is er niet, ik kijk naar de lichtgevende badjas. Het ding is zo groot dat je echt niks ziet, het moet maar bedenk ik. Haastig loop ik naar de achterdeur waar altijd een paar kaplaarzen staan. Met slecht weer en een tuin waar nog echte aarde in ligt zijn kaplaarzen erg handig weet ik inmiddels uit ervaring. De meeste kaplaarzen zijn donker van kleur, groen of zwart. Nee, die van mij natuurlijk niet. Paars zijn ze, ik houd nou eenmaal van kleur. Mooie combinatie met mijn badjas. Zuchtend laat ik mijn benen in de kaplaarzen glijden en ren de tuin door naar de garage.

 

De buurman staat er al en samen inspecteren we de garage.
‘Ik snap er niks van, ik ben helemaal niet weggeweest vandaag. De deur kan toch niet uit zichzelf opengaan zijn door de storm?’ vraag ik nog onnozel. Er is niks weg gelukkig en de auto lijkt onbeschadigd. Ineens schiet me te binnen dat ik toch snel even een boodschap heb gedaan. Mijn gezicht voelt plots warm aan en kleurt lekker rood. Dat kan er nog wel bij bedenk ik. Schamper vertel ik de buurman toch even weggeweest te zijn en dat ik dus waarschijnlijk zelf vergeten ben de garagedeur te sluiten.
‘Sorry dat ik je wakker heb gemaakt,’ zei hij. Met een grote grijns neemt hij afscheid.
‘Bedankt hoor,’ roep ik hem nog na. Een laatste zwaai en weg is hij, zijn nachtelijke ronde om ons huizenblok afmakend. Met een zucht druk ik op de knop waarna de garagedeur zich keurig sluit.

 

’s Winters droom ik altijd van emigratie naar een warm land. Toch vind ik de burenhulp in ons straatje best verwarmend.

 

 

@Ingrid Aanen  11 Jan 2015