Home » Columns » De wildplasser

De wildplasser

Op mijn hurken, mijn kuitspieren redelijk afgeklemd ben ik druk in de weer om het onkruid te verwijderen dat zich precies voor mijn heg heeft genesteld. Een straaltje zweet biggelt langs mijn rug, mijn hoofd voelt als een pioen. Waarom moet ik dit op de warmste dag van de week doen? Mijn schraper schrapt vakkundig de voegen tussen de tegels schoon als ik opschrik van piepende remmen. Ik kijk op en zie dat het fietsremmen betreft. Een wat oudere doch zeer kwieke dame stopt vlak naast me. Haar haar is volledig verwaaid en danst om haar hoofd. Haar guitige ogen kijken me aan.
‘Dat wil ik nou al zo lang tegen je zeggen,’ begint ze. Razendsnel ga ik in mijn hoofd het rijtje af van ons eigen blok huizen. Nee het is geen directe buurvrouw. Ik bekijk haar nog eens goed, ik heb haar volgens mij nog nooit gezien. ‘Al een paar keer heb ik hier,’ haar arm wijst naar het begin van de heg, ‘een lange vent gezien die tegen je heg staat te pissen.’
‘Echt?’ kan ik alleen maar onnozel uitbrengen. Ze knikt hevig waardoor haar haar nog meer om haar hoofd danst.
‘Ja, dan kom ik aan fietsen en dan zie ik hem gaan staan en zijn leuter eruit halen. Haha,’ onderbreekt zichzelf, ‘niet dat ik naar die leuter kijk hoor.’ Ze ligt dubbel over haar stuur heen.
In een poging te achterhalen wie dit sujet is vraag ik haar: ‘heeft hij een hond?’ Ze schudt haar hoofd, nee hij wandelt in zijn eentje.
‘Is het deze?’ zeg ik en buig mijn bovenlichaam naar voren en doe een paar passen met overdreven armbewegingen.
‘Nee, die is het niet,’ zegt ze meteen, ‘die ken ik inderdaad ook. Weet je waarvan?’ Ze buigt haar hoofd naar me toe. Ik verwacht een verschrikkelijk geheim te horen. ‘Van de vierdaagse, in Arnhem.’ Meteen ratelt ze verder. ‘Nee, een jaar of zestig is tie. Zwart haar en ook flink al wat grijs. De laatste keer heb ik viezerik tegen hem geroepen.’ Weer ligt ze dubbel over haar stuur. Ik zie het voor me en kan niet anders dan meelachen. ‘Daarbij dat tweede paaltje,’ wijst ze. ‘Wordt je heg al geel?’ Ik kan haar geruststellen. Ik denk niet dat mijn heg van twee meter hoog en meer dan 20 meter lang onder de indruk is van een paar druppels urine. ‘Als ik hem volgende keer zie zal ik heel hard bellen als ik langs fiets.’
Ik bedank haar hartelijk en kijk haar grinnikend na als ze nog steeds lachend verder fietst. Verwonderd over het feit dat mijn heg blijkbaar een wildplasser aantrekt terg ik mijn kuitspieren weer en net als ik mijn hand uitsteek om een stuk onkruid van het leven te beroven ben ik ineens heel blij dat ik altijd tuinhandschoenen draag bij dit soort klusjes.

 

 

@Ingrid Aanen 17 Mei 2017