Home » Columns » Die ongemakkelijke stilte

Die ongemakkelijke stilte

 

‘Gaat u hier maar lekker zitten meneer.’ 
‘O dat is vriendelijk van u.’ De man sloft naar de grote tafel waar de jonge vrouw net een plastic bekertje met automatenkoffie heeft neergezet. Zijn haar is dun en piekt om zijn hoofd. Zijn kleding is oud en vaal. Het is zo vaak gewassen dat het inmiddels allemaal dezelfde grauwe kleur heeft gekregen. Moeizaam laat hij zijn oude lijf in het plastic stoeltje zakken. 
‘Zodra uw auto klaar is dan kom ik weer naar u toe.’ De jonge vrouw lacht nog eens vriendelijk naar de oude man en huppelt bijna weer terug naar haar plek achter de balie. 

 

Tegenover de oude man aan dezelfde tafel zit nog een man. Zijn gezicht is verscholen achter een krant. Geheel aan de andere kant van de tafel zitten ook twee mensen. Een vrouw, haar krullende haar hangt half voor haar gezicht. Ze lijkt zich niet bewust van haar omgeving. Haar ogen verslinden de bladzijdes van een boek. Naast haar zit een man rustig van zijn koffie te genieten. De oude man kijkt de tafel rond, schraapt zijn keel en richt het woord tot de man tegenover hem.
‘Koud he? Lekker zo’n bakkie warme koffie.’ De man tegenover hem laat de krant iets zakken. Hij produceert een flauwe glimlach, slaat luidruchtig een bladzijde om en duikt vervolgens weer achter de krant. 

 

Vlak tegenover de tafel staat een kast waarop naast de grote koffieautomaat een enorm scherm te zien is. Hier flitst geruisloos reclame voor het automerk voorbij. De nieuwste merken en types vliegen om je oren. Daarnaast staat een kleine tv, afgesteld op een zender die alleen maar nieuws uitzendt. Het geluid staat niet hard maar is aan de kant van de oude man goed verstaanbaar. Na nog een blik op de twee mensen aan de andere kant van de tafel, net buiten zijn gehoorgebied besluit hij zijn aandacht dan daar maar op de tv te richten.

 

Even daalt de rust neer aan tafel. 
’Goh, er is iets gebeurd in Mexico,’ zegt hij tegen niemand in het bijzonder. Dan draait hij zijn hoofd naar zijn mede-wachtenden aan tafel. ‘Maar ik kan het niet zo goed horen.’ Hij laat een kakelend lachje horen. De man tegenover hem heeft de krant uit. Bruusk staat hij op en doet zijn shawl om en zijn jas aan. 
‘Wat duurt wachten toch altijd lang he?’ verontschuldigt hij zich. ‘Ik ga even een stukje lopen.’ 
De vrouw leest onverstoorbaar door in haar boek. Af en toe verschijnt er een glimlachje om haar mond. De oude man zucht en slobbert nog een slok koffie naar binnen. 

 

 

@Ingrid Aanen  21 December 2016