Home » Korte verhalen » De maagdelijke psychopaat

De maagdelijke psychopaat

Terwijl ik door het bos slenter stop ik mijn handen nog wat dieper in mijn zakken. Mijn wijsvinger voelt voorzichtig aan het mes dat ik in mijn jaszak heb zitten. Het lemmet voelt heel glad aan en ik denk aan gisteren toen ik ditzelfde mes in een kadaver stak. Het gleed er zo makkelijk in, ik had wat meer weerstand verwacht. Opnieuw krijg ik een droge mond van opwinding bij de gedachte en lik mijn lippen nat met mijn tong. Het dode beest lag half op het bospad en was al aangevreten. Je kon niet eens meer zien wat het geweest was, een konijn waarschijnlijk. Voordat ik er over nagedacht had, had ik het al gedaan. Een paar maal achter elkaar het gladde lemmet er ingestoken. Er vloeide geen bloed. Ergens vond ik dat teleurstellend. Om het bloed over mijn hand te voelen lopen zal ik een levend wezen moeten doden. Deze gedachte laat me schrikken. Mijn adem gaat wat sneller, ik voel mijn hart bonzen en ik zucht een paar maal diep om te kalmeren. 

 

Deze gevoelens heb ik altijd al gehad. Huisdieren zijn voor mij niet veilig. Schoppen, slaan, treiteren, het maakt niet uit. Doden was tot nu toe een stap te ver. Die gelegenheid is er nooit geweest. Soms had ik het gevoel of mijn moeder er van afwist, ze kon me zo strak aankijken met haar donkerbruine ogen en zei dan iets als:

‘Waarom ga je niet op een vechtsport jongen, het zal je goed doen.’ Nooit gedaan natuurlijk, naar zo’n suffe sportschool zeker. Nee, ik zwerf liever buiten rond. Vrienden heb ik niet. Die heb ik ook niet nodig, ik vermaak me toch wel. Beetje dieren pesten en kleine kinderen laten schrikken. Zo lachen als ze huilend terug naar hun ouders lopen. 

 

De laatste tijd geeft het me toch minder een prettig gevoel dan vroeger. Het is niet meer voldoende lijkt het wel. Totdat ik gisteren ineens met mijn mes toe kon steken. Zelfs nu weer bij de gedachte, word ik er opgewonden van. Inmiddels heb ik het bospad verlaten en loop de winkelstraat in van het kleine stadje waar ik woon. Bij de supermarkt stop ik en ga tegen de muur aanhangen. Mijn vinger streelt weer zachtjes het lemmet in mijn jaszak. Niemand groet me, soms kijken mensen me even aan en draaien snel hun hoofd weer weg als ik terugkijk. 

 

Aan de overkant van de straat loopt Rita. Mooie Rita, die twee klassen hoger zit dan ik. Ze slentert heupwiegend voorbij. Ineens staat ze stil en pakt haar rinkelende mobiel waarna ze geanimeerd een gesprek aangaat. Doordat ze midden in mijn blikveld staat kan ik haar ongegeneerd bekijken. Ik loop wat dichterbij zodat ik haar nog beter kan zien. Haar lange rode haar, grote borsten, mooie heupen waar een korte rok strak overheen getrokken is en ongelofelijk lange benen. Rita gooit met een geroutineerd gebaar haar lange haar over haar schouder waardoor ik plots zicht heb op haar nek en hals. Doordat ze praat zie ik haar hals zachtjes bewegen, mijn ogen volgen haar hals naar het kuiltje onderin. In een flits zie ik mijn mes langzaam de contouren van lange haar nek volgen en plotseling het kuiltje van haar hals doorboren. Er schiet een golf van opwinding door mij heen. Bloedheet krijg ik het, het zweet breekt me uit, ik draai me om en vlucht de straat uit. 

 

Wauw, wat een heerlijk, overweldigend gevoel is dit. Het heftigste wat ik tot op heden heb ervaren. Voorlopig kan ik hier over fantaseren, niet alleen over het kuiltje van haar hals. Op welke plekken van haar lichaam zou ik het mes nog meer willen steken? In gedachten trek ik zachtjes sporen met mijn mes in haar huid. Ik geniet van de rillingen die het mij bezorgt, tegelijkertijd besef ik dat ik nooit meer genoegen zal nemen met dieren. Dit is zoveel beter. Met mijn ogen dicht herbeleef ik weer het moment van fantasie en besef tegelijkertijd dat deze illusie eens werkelijkheid zal worden. 

 

 

@Ingrid Aanen