Home » Korte verhalen » Een Star Trek helm

Een Star Trek helm

 

Het gebeurde toen ik een jaar of vijf was. Gedachteloos krabde ik op mijn hoofd. Even later weer. ‘Kom eens bij me,’ zei mijn moeder, ‘ik wil even je hoofd bekijken. Ik hoop dat ik ongelijk heb.’ Geconcentreerd bekeek ze mijn hoofdhuid, vervolgens trok zijn mijn trui omhoog en inspecteerde het bloot gekomen stuk lichaam. Haar adem stokte even en vervolgens zuchtte ze diep. Het leek net of ze wilde gaan huilen. Wat was er met me aan de hand? Mama keek ernstig.
‘Je hebt hetzelfde als je vader.’ Ik keek haar niet begrijpend aan. Was dat erg dan? ‘Je hebt psoriasis,’ verduidelijkte ze even later. Dat woord kende ik wel. Dat had mijn vader inderdaad, een huidziekte.

 

Mijn vader, een lange, magere en zenuwachtige man. Sinds zijn vroege jeugd had hij al last van psoriasis. In tegenstelling tot veel andere patiënten had hij het over zijn hele lichaam. Ook daarin leek ik op mijn vader. Af en toe als het zich heel erg had uitgebreid verdween mijn vader voor een aantal weken. Ik wist dan dat hij in het ziekenhuis lag. Soms mocht ik mee op bezoek in het Havenziekenhuis. Daar lag mijn pa want dat ziekenhuis was gespecialiseerd in huidziekten. De locatie in de havenstad Rotterdam zal daar wel aan bijgedragen hebben. Veel varend personeel dat in het verre buitenland was geweest kwam daar terecht met bekende en soms wat mindere bekende huidaandoeningen. Er was halverwege de jaren zestig nog maar een remedie tegen psoriasis. Zalf, zalf en nog eens zalf. Mijn vader werd er helemaal mee ingesmeerd, plastic erover dan kon het lekker broeien. Na een tijd schoonmaken en weer opnieuw in de zalf gezet. Na een week of zes was hij bijna schoon en mocht hij weer naar huis.

 

Ook mijn hele lijf zat onder, zomaar ineens. Allemaal rode plekjes en als je er dan aan krabbelde kwam er een wit schilfertje af. Dat mocht ik natuurlijk niet van mijn moeder.

‘Daar wordt het nog erger van.’ zei ze. Het bezoek aan de huisarts dat ongetwijfeld volgde kan ik me niet herinneren. Als vijfjarige is het ook allemaal niet zo interessant, gelukkig maar. Na de huisarts volgde een bezoek aan de huidarts. Dezelfde als waar mijn vader al jaren kwam.
‘Van de een op de andere dag?’ vroeg hij, ‘dan is het een acute aanval en waarschijnlijk met een paar weken weer over.’ Mijn moeder was er niet gerust op.
‘Het is het ergste op haar hoofd, ze zal toch haar haren niet hoeven af te knippen?’
‘Welnee, slaolie op haar hoofd smeren en een poosje laten intrekken en ik zal haar voor nu eenmalig bestralen.’ En weg was hij weer, ook toen hadden dokters het al heel druk. Even later moest ik op een stoel gaan zitten en werd er een soort Star Trek helm boven mijn hoofd gehangen. Heel stil moest ik eronder blijven zitten. Ik voelde niks, wist ik veel wat straling was. Mijn moeder wel en ze liep een beetje heen en weer. Plotseling liep ze de gang op.
‘Is die paar minuten niet al voorbij?’ hoorde ik haar vragen, ‘mag ze er nu onder vandaan?’ Zo klein als ik was ben ik nooit de ongerustheid van mijn moeder over die bestraling vergeten. Pas op latere leeftijd begreep ik het ook.

 

De arts heeft gelijk gekregen, na zes weken was de aanval over en ik heb er tot de overgang geen last meer van gehad. Toen ook weer een periode met een heftige aanval. Daarna praktisch tot geen last meer. De ziekte heb ik van mijn Pa gekregen, gelukkig niet met de heftigheid als waar hij heel zijn leven mee te kampen heeft gehad.

 

 

@Ingrid Aanen 29 November 2016