Home » Korte verhalen » Gekoesterde herinneringen

Gekoesterde herinneringen

 

Rustig zat ze op haar terras en staarde in de verte. Het uitzicht op het landschap had haar nooit verveeld. Intens kon ze genieten van de schoonheid van de bloemen die zich begeerlijk in de zon wentelden. Een zacht briesje streek langs haar gezicht. Het klimaat was nog aangenaam. Terwijl ze naar de bergen in de verte keek, leken ze wat te veranderen. Ze kneep wat met haar ogen en zag een van de bergen zich vervormen. Plotseling zag ze zijn gezicht voor haar ogen verschijnen. Automatisch glimlachte ze naar hem. Wat had ze van hem gehouden, zo intens had ze van niemand anders gehouden. Ze had meer liefdes gekend in haar leven en allen had ze liefgehad. Alleen hij, hij was wel heel speciaal geweest. De liefdes na hem hadden nooit helemaal het gat kunnen dichten dat hij had achtergelaten. Zijn gezicht kwam wat dichterbij, het leek net of hij haar wenkte. In gedachten holde ze naar hem toe. Hij opende zijn armen en ving haar op. Wat zou dat fijn zijn, nog eenmaal haar hoofd tegen zijn schouder te kunnen leggen en zijn armen om haar heen te voelen. 

 

De laatste jaren was ze alleen gebleven. Na haar laatste liefde was ze een beetje een kluizenaar geworden. Dat was ze niet voor het eerst, tussen haar liefdes in had ze altijd de neiging de wereld een beetje van een afstand te bekijken. Eigenlijk vond ze die periodes van zelfgekozen eenzaamheid wel fijn. Sommige mensen hopten van de ene relatie in de volgende, dat had ze nooit begrepen. Ze had tijd nodig om te rouwen, te accepteren met lichaam en geest dat de relatie voorbij was. Dat deed ze het liefst in eenzaamheid. Troost vond ze in de natuur en bij sommige muziek. Pas als de wonden voor een groot deel geheeld waren kwam ze weer te voorschijn. Niet dat ze dan meteen weer een andere relatie kreeg. Oh nee, heel snel was ze niet onder de indruk. Misschien stelde ze wel te veel eisen was haar wel eens voorgehouden. Ze glimlachte bij de herinnering, meestal waren het mensen die zelf absoluut niet tegen alleen zijn konden die deze mening waren toegedaan.
‘Misschien,’ had ze gezegd, ‘beter te veel eisen dan te weinig.’ Door de jaren heen had ze wel geleerd dat een relatie een aanvulling moest zijn en geen invulling. 

 

Ergens had ze deze laatste keer geweten dat er geen nieuwe liefde meer zou komen. Erg had ze dat niet gevonden. Steeds vaker overviel haar een enorme moeheid. Ze koesterde al haar herinneringen en genoot van haar plekje met het uitzicht op de bergen. Opnieuw zag ze zijn gezicht opdoemen. Hij keek naar haar zoals alleen hij dat had gekund. Zijn ogen straalden en ze voelde zich veilig. Ze hadden elkaar altijd zonder veel woorden begrepen. Vaak keken ze elkaar alleen maar aan en wisten ze wat de ander bedoelde. Alsof er een onzichtbaar draadje tussen hen was gespannen en waar de ander ook was, ze voelden elkaar altijd. Even rilde ze, het werd wat kouder, misschien kon ze beter naar binnen gaan. Toch bleef ze zitten, hij was nu zo dichtbij. Ze wilde het contact niet verbreken. Wat zou het fijn zijn, nog eenmaal haar hoofd tegen zijn schouder te kunnen leggen en zijn armen om haar heen te voelen. Terwijl ze haar hand optilde om tegen zijn wang aan te kunnen leggen landde er een vlinder op haar hand. Zachtjes gingen zijn vleugels heen en weer. Gefascineerd keek ze naar de prachtige blauwe kleuren. De vlinder bleef rustig zitten, het hoorde zo te zijn. Het moment was volmaakt en ze begreep. Langzaam viel haar hoofd opzij. 

 

 

@Ingrid Aanen 08 Oktober 2015