Home » Korte verhalen » Het verkeerde geloof

Het verkeerde geloof

Dit verhaal speelt zich af in de Romeinse tijd, ongeveer 100 jaar na Christus.

 

Amatus was bang, hij keek om zich heen en vroeg zich af waar hij was. Het leek wel een soort kerker waar hij op de grond lag. Er was nauwelijks licht en het was koud. Er lagen bladeren en takken in de hoek, hij hoorde geritsel. Waarschijnlijk een muis dacht hij. Toen hij probeerde op te staan merkte hij dat al zijn ribben zeer deden. Rechtop staand zag hij net boven zijn hoofd verschillende gaten in de muur waardoor er tenminste nog iets van licht naar binnen scheen. Om uit te vinden waar hij precies was probeerde hij op zijn tenen te gaan staan om door de gaten te kunnen kijken. Ze zaten te hoog. Moedeloos zakte hij met zijn rug tegen de muur door zijn knieën tot hij op de koude grond zat. Vruchteloos probeerde zich te herinneren wat er gebeurd was maar zijn hoofd deed erg pijn. 

 

Amatus wist nog dat hij met zijn vriend Titulus aan het praten was. Titulus had het al eerder met hem gehad over een geheime bijeenkomst. Hij wilde dat Amatus met hem mee zou gaan naar het volgende samenzijn. Titulus was erg opgewonden als hij daar over sprak en had het over God en dat ze daar op die samenkomst met elkaar zouden bidden tot God. Amatus begreep het nog niet helemaal want God zou nog belangrijker zijn dan de keizer en de Romeinse goden. 
‘Maar daarom moest het ook geheim blijven’ had Titulus uitgelegd want de bijeenkomsten waren verboden. Amatus was best wel nieuwsgierig geworden en had toegezegd mee te gaan naar de volgende bijeenkomst. Titulus was blij en zou hem de volgende avond op halen Amatus mocht er met niemand over praten.

 

De volgende avond stond Titulus te wachten en waren ze samen op pad gegaan. Net buiten de gemeenschap stond een grote schuur die behoorde aan boer Viator. De schuur stond helemaal aan het einde van zijn stuk land en werd nauwelijks door hem gebruikt. Titulus klopte zachtjes op de deur. Na een onderzoekende blik mochten ze naar binnen. Het was er donker maar overal stonden brandende kaarsen die een soort spookachtig licht verspreidde. Er waren tien mensen in totaal en Amatus werd welkom geheten. Toen ze allemaal waren gaan zitten was één van de mannen voor hen gaan staan en begon te praten over heilige geschriften die gevonden waren, waarin vermelding van God werd gemaakt. Ineens zag Amatus wie de man was, het was de geneesheer van hun gemeenschap. 

 

Terwijl hij nog aan het nadenken was over deze ontdekking hoorden ze rumoer buiten. De deur werd opengegooid. Voordat Amatus door had wat er gebeurde was hij al gevangengenomen door soldaten van de keizer. Ze werden allemaal meegenomen. Nu kon hij zich alles weer herinneren en met afgrijzen drong het tot hem door waar hij nu was. Ze waren allemaal naar de arena gebracht. De plek waar gevechten tussen gladiatoren werden gehouden maar ook mensen werden gedwongen te vechten tegen wilde dieren zoals leeuwen en tijgers. Zijn gedachten sloegen op hol. Dat waren voornamelijk misdadigers die moesten vechten tegen wilde dieren en dat was hij niet. Maar de bijeenkomst waar hij opgepakt was, was natuurlijk wel verboden geweest. Op de achtergrond hoorde hij het geluid van juichende mensen aanzwellen. Hij huiverde en begon te huilen. 

 

De deur van de kerker kraakte en werd open geslagen. Een soldaat stapte naar binnen en grauwde tegen hem: 
‘Jij, meekomen.’ Amatus was verlamd van angst en kon zich niet bewegen. De soldaat sleurde hem aan een arm omhoog en duwde hem de gang in. Het angstzweet biggelde over zijn lijf. De soldaat duwde hem vooruit tot hij voor een deur stond. Terwijl hij op de deur bonkte riep hij:
‘Nieuw vlees.’ De deur werd geopend en Amatus werd verblind door het felle licht wat in de arena scheen. Hij hoorde het publiek schreeuwen maar verstond niet wat ze zeiden. De geur van bloed drong zich in zijn neus. Vastgenageld van angst bleef hij staan.  Een duw in zijn rug deed hem naar voren vallen. Langzaam hoorde hij de zware deur achter zich dicht vallen. 

 

 

Naschrift:

Amatus en zijn vriend Titulus leefden iets te vroeg, in 313 na Christus kwam er een eind aan de christenvervolgingen. En nu zeventien honderd jaar later is er nog steeds strijd tussen allerlei geloven op deze aardbol. Misschien gooien we onze tegenstanders niet meer voor de leeuwen maar of de recente onthoofdingen nu zo anders zijn? Ik blijf hopen dat er ooit een wereld zal bestaan waarin iedereen elkaar vrijlaat ongeacht of je nu gelooft of niet. Dat moet toch mogelijk zijn?

 

 

@Ingrid Aanen