Home » Korte verhalen » Vijf stappen heen en vijf stappen terug

Vijf stappen heen en vijf stappen terug

 

Langzaam komt Vadim weer bij bewustzijn, een stenen muur doemt voor hem op. Hij knippert met zijn ogen maar de muur blijft, langzaam draait hij zijn hoofd. Pijnscheuten schieten door zijn lichaam. Het besef komt langzaam weer terug. Hij ligt op de grond, in een cel. Een harde koude grond. Naar binnen gekwakt door de gehate geheime politie. Langzaam probeert hij half zittend tegen de muur wat steun te vinden. Het koude vocht van de muur voelt hij langzaam doordringen tot op zijn huid. Hoe lang is hij hier al? Is het dag of nacht? Geen raam te bekennen. Zijn hele lijf doet zeer. Gedachten tollen in het rond en hij denkt aan vorige week, toen alles was begonnen.

 

‘Maar Vadim, als we geen protest laten horen walsen ze zo over ons heen.’ Aan het woord was Pavel, zijn beste vriend. ‘We kunnen dit toch niet over onze kant laten gaan? Als we het groots aanpakken dan komt de buitenlandse pers er ook op af. Dat is het enige waar de huidige regering zich nog iets van aantrekt.’
'Misschien’ had Vadim geantwoord. ‘Ik betwijfel of dat ze nog uitmaakt. Ik ben het met je eens dat we ons in ieder geval moeten laten horen.’ De groep van ontevreden burgers was snel gegroeid, iedereen was de uitbuiting en corruptie van de heersende macht meer dan zat. Door naar protesten in omringende landen te kijken werd al snel besloten om het grote plein in het centrum te bezetten. Bevriende binnenlandse journalisten werden ingeschakeld. De meeste waren ondergronds gegaan, alle grote kranten en websites waren inmiddels door de regering op non-actief gesteld.
‘Dat geeft alleen maar aan hoe bang ze zijn voor publiciteit’ had Feodor tegen Vadim gezegd. Tot voor kort had Feodor bij de grootste krant van het land gewerkt totdat deze verboden werd. ‘Ik zal mijn contacten in het buitenland verwittigen van onze doelen.’ De plannen werden steeds concreter, de taken werden verdeeld. Materiaal werd verzameld om de boel te barricaderen. De saamhorigheid was groot, toch wilde Vadim iedereen waarschuwen om goed na te denken over deelname.
‘Wees je bewust dat we in een keer weggeveegd zullen worden van het plein’ had hij gezegd tegen de groep. ‘En dat zal niet zachtzinnig zijn, om nog maar te zwijgen over het feit of je daarna ooit nog thuiskomt.’ Het was muisstil geworden na zijn verwijzing naar de gehate geheime politie. Echter niet voor lang, de groep zweepte elkaar op. Leuzen als ‘liever dood dan leven onder dit regime’ werden geroepen en het werd Vadim kil om het hart. Waar waren ze aan begonnen? Hij besefte echter ook dat nietsdoen inmiddels geen optie meer was. Ze konden alleen nog maar vooruit.

 

Vadim probeert uit halfzittende stand op te staan met de muur als steun. Als hij niet snel gaat bewegen kunnen zijn stijve spieren hem sowieso niet meer dragen. Eindelijk staat hij rechtop en begint voorzichtig langs de muur te schuifelen, vijf stappen heen en vijf stappen terug. Hij heeft ontzettende pijn. Toch merkt hij wel dat de beweging hem ook goed doet. Hij heeft het idee dat het wat minder donker is in zijn cel en na wat speurwerk ziet hij hoog boven zich in de muur een beetje licht naar binnen schijnen, het lijkt een soort rooster. Dat zou betekenen dat het nu ochtend is. Vijf stappen heen en vijf stappen terug. Hij spitst zijn oren, hij hoort wat geroezemoes aan de andere kant van de deur. Plots wordt met een ratelend geluid een luik in de deur opengeschoven en twee donkere ogen bekijken hem indringend. Het luik wordt weer dichtgedaan en voetstappen verwijderen zich van zijn deur.

 

Na twee dagen waren ze zover om het plein daadwerkelijk te bezetten. Heel vroeg in de ochtend bij het eerste licht hadden ze de barricades opgeworpen en stonden daarna een beetje te wachten op de dingen die zouden komen. Het nieuws ging als een lopend vuurtje door de stad en al gauw kregen ze van alle kanten hulp. Voedsel en drinken werd gebracht en een constante aanvoer van losse keien was in gang gezet.
‘We hebben alleen maar stenen om te gooien’ zei Vadim. ‘Dat is natuurlijk een lachertje als ze straks met trucks voor onze neus staan.’
‘We moeten ook niet de illusie hebben dat we ze zullen verslaan’ zei Pavel. ‘Onze taak is het om de barricades zolang mogelijk in stand te houden en onze eisen kenbaar te maken, zodat de buitenlandse camera’s de tijd hebben om alles vast te leggen en hun reportages uit te zenden.’

 

Drie dagen hadden ze het weten uit te houden. Feodor had zijn woord gehouden en een aantal bevriende buitenlandse journalisten waren aanwezig. Vadim en Pavel hadden diverse keren voor de camera uitleg gegeven over het waarom van dit protest. Ondanks de buitenlandse druk werd de dialoog met de regering niet tot stand gebracht. Op de derde dag hoorde Pavel ze als eerste.
‘Daar komen ze’ schreeuwde hij. Vadim klom half tegen de barricades op om erover heen te kunnen kijken. Hij zag legertrucks de hoek om draaien en besefte dat dit het einde was. ‘Wegwezen hier, zolang het nog kan’ riep hij tegen de groep en iedereen stoof een andere kant uit. Het leger was ze echter van twee kanten aan het insluiten en Vadim en enkele anderen liepen precies hun fuik in en hadden het niet gered. Hij werd gepakt en neergeslagen met een knuppel. Terwijl hij al op de grond lag werd hij nog steeds met de knuppel geslagen en geschopt. Instinctief probeerde hij zijn hoofd te beschermen door zijn armen eromheen te houden. Vadim moest het bewustzijn hebben verloren want het eerste wat hij weer wist, was toen hij hardhandig de cel in werd gesmeten.

 

Vijf stappen heen en vijf stappen terug. Sinds de donkere ogen hem dreigend hadden aangekeken had hij kramp in zijn maag gehad. Vadim had van Feodor allerlei gruwelverhalen gehoord over de geheime politie. Procesvoering had hier niet een hoog democratisch gehalte als je überhaupt al een proces kreeg. Ze zouden natuurlijk willen weten wie er allemaal had meegedaan aan het protest. Er werd gefluisterd dat er martelingen plaatsvonden in de kelder van de gevangenis.

 

Vadim weet dat hij geen held is en onmiddellijk zal doorslaan als ze hem alleen maar zouden dreigen met martelen. Hij rilt bij het gerucht dat hij gehoord heeft dat sommige cipiers martelen vanwege hun eigen gerief en het hen niet uitmaakt of en wat je bekent. Hij hoort weer geroezemoes bij de deur en de angst grijpt hem bij de keel. Zijn gebalde vuisten verkrampen. Hij krijgt bijna geen adem meer. Als gebiologeerd kijkt hij naar de deur. Die zwaait langzaam open. 

 

 

@Ingrid Aanen