Home » Korte verhalen » Ze zal van hem zijn, alleen van hem

Ze zal van hem zijn, alleen van hem!

Onderuitgezakt hangt Peter op de bank en start de achtste politieserie van die dag op. Inmiddels heeft hij er al zoveel gezien dat hij in de eerste minuten al kan voorspellen hoe het afloopt. Het zou leuk zijn als hij de perfecte misdaad kan bedenken als bewijs hoe slim hij eigenlijk wel niet is. Zo slim dat hij uiteraard niet verdacht wordt. Halverwege de serie kan het hem niet meer boeien en hij loopt gefrustreerd door de kamer heen en weer. Zijn hart klopt snel en hij voelt zich gespannen.

 

Buiten slentert hij door de winkelstraat onderwijl speurend naar mooie vrouwen. Er lopen er genoeg voorbij, sommigen lijken meer te paraderen en proberen zijn ogen te vangen als hij ze voorbijloopt. Plotseling worden zijn ogen getrokken naar een lange slanke vrouw met kort donker haar die stevig doorstapt. Ze ziet er niet uit zoals zoveel van die winkelende mutsen zoals hij ze vaak geringschattend noemt. Ze draagt weinig make-up en heeft prachtige chocoladebruine ogen. In een opwelling besluit hij haar te volgen. Ze stapt bij de slager naar binnen. Hij wacht. Zijn hart maakt een sprongetje als ze weer naar buiten komt. Op een paar meters afstand achter haar kijkt hij bewonderend naar haar slanke figuur, lange benen en mooie billen in een strakke spijkerbroek. Ze slaat de hoek om en verdwijnt in een oud pand naast de bioscoop. Peter leunt tegen een lantaarnpaal en steekt een sigaret op. Hij inhaleert diep en wacht. Op de tweede verdieping gaat het licht aan. Vlak voor ze de gordijnen dicht doet kijkt ze even naar buiten en het is net of ze midden in zijn gezicht kijkt. Peter glimlacht en piekt zijn sigaret uit.

 

Karin wacht tot de propvolle metro stilstaat en wurmt zich naar binnen. Ze hoeft gelukkig maar twee haltes mee. Eenmaal weer op straat slaakt ze toch een zucht van opluchting dat ze weer frisse lucht kan inademen. Op haar gemak loopt ze door de winkelstraat richting haar huis. Bij haar favoriete kledingzaak bewondert ze de laatste creaties in de etalage. Plotseling ziet ze in de weerspiegeling van de ruit een man met een zwart petje op zijn hoofd. Hij staat stil om een sigaret aan te steken. Ze schrikt, is dat niet dezelfde man die gisteravond tegenover haar appartement ongegeneerd naar binnen stond te kijken? Haar hart bonst. Stel je niet aan, het zal wel toeval zijn stelt ze zichzelf gerust. De kleding kan haar echter niet meer boeien. Ze loopt met stevige passen naar huis. Ondanks dat ze de neiging heeft steeds achterom te kijken bedwingt ze zich. Opeens ziet ze hem, hij loopt aan de overkant van de straat in dezelfde richting als zij. Ze loopt een lingeriezaak binnen. Wanneer ze tien minuten later weer naar buitenkomt is het zwarte petje nergens meer te bekennen. Zie je wel, niks aan de hand. Eenmaal thuis is ze toch blij dat ze binnen is. Ze loopt naar het raam en krijgt bijna een hartverzakking. Buiten staat de man met het zwarte petje, hij salueert naar haar en slentert vervolgens weg. Ze staat op het punt om in tranen uit te barsten. Wie is die man en wat moet hij van haar?

 

Peter lacht terwijl hij terugloopt naar het centrum. De schrik in haar ogen toen ze hem in de etalage zag, daarna de opluchting dat hij weg was en vervolgens de grote ogen van schrik toen ze hem op straat ontdekte onder haar raam. Een lekker gevoel maakt zich van hem meester, aantrekken en loslaten, een heerlijk spel. Hij had dit al vaker gedaan met andere vrouwen maar na een paar dagen was de lol er altijd af en liet hij ze verder met rust. Op de een of andere manier is het deze keer anders. Hij voelt dat het hier niet bij zal blijven maar hoe en wat precies weet hij nog niet. Hij wil meer van haar weten, hoe heet ze, hoe oud is ze? Vragen die hij zich bij die andere vrouwen nooit heeft afgevraagd.

 

Hij rijdt in zijn donkere Mercedes naar huis, beiden een erfenis van zijn ouders. Zijn ouders waren omgekomen bij een vliegtuigongeluk en hij had alles geërfd. De winkelketen van zijn dominante vader had hij zo snel mogelijk verkocht want van zaken had hij geen kaas gegeten en van de opbrengst kon hij goed leven. De band met zijn ouders was nooit heel close geweest, ze waren altijd aan het werk en aan alleen zijn was hij al vroeg gewend. Omdat hij geen enkele ambitie had getoond om bij zijn vader in de zaak te komen was de relatie alleen nog maar verslechterd.

 

Gelukkig woont ze aan het eind van de galerij, dat betekende minder pottenkijkers. Peter is zenuwachtig, hij hoopt wel dat ze gewoon naar haar werk is. Misschien had hij haar eerst nog een poos moeten volgen om haar werk schema te kunnen achterhalen maar hij kan niet meer wachten. Bovendien is het ook wel spannend om niet alles te weten. Hij heeft geluk, het bovenraampje staat open. Met een stuk ijzerdraad probeert hij door het bovenraampje de haak van het ondergelegen raam te openen. Hij krijgt het er warm van maar na een paar keer proberen lukt het hem. Gelukkig is hij niet heel erg groot en kan hij vrij makkelijk door het beneden raam naar binnen glippen.

 

Opgelucht komt Karin weer boven de grond na een benauwend ritje met de metro. Ze is moe, haar baas had nogal veel geëist van haar vandaag en dan nog wat lastige klanten aan de telefoon. Ze heeft het wel gehad vandaag, lekker naar huis. Een wijntje inschenken en bankhangen. Morgen zal ze wel weer gaan sporten. Eenmaal bij haar appartement aangekomen realiseert ze zich dat ze de man met het zwarte petje niet meer gezien heeft. Gelukkig, misschien loopt het wel met een sisser af. Met de post in haar hand loopt ze naar de huiskamer en kijkt even snel wat het is. Rekening, rekening en rekening. Ze zucht, administratie is niet haar sterkste punt. Ze besluit ze uit het zicht op haar bureau te leggen. Morgen is het vroeg genoeg om ze te bekijken. Midden in de kamer ligt een vel papier op de grond. Wat raar, alleen het bovenraampje staat toch open? Een hoop vragen kwamen in haar op, het had toch niet gestormd en dan nog zou het van haar bureau af kunnen waaien met alleen het bovenraampje open? Ze voelt aan het beneden raam, dat is toch echt dicht. Ze krijgt het benauwd, er zal toch niemand binnen zijn geweest? Gauw kijkt ze in het rond of er dingen missen of anders staan. Nee, alles lijkt in orde. Toch wordt ze hier niet vrolijk van. Zal ze de politie bellen? Maar ja wat moet ze dan zeggen, iemand die buiten stond en naar haar keek en een vel papier dat midden in haar kamer op de grond lag. Ze begint zenuwachtig te lachen, ja het is ook absurd, die man heeft ze niet meer gezien en dat vel papier zal wel gewoon van de stapel zijn gegleden. Een wijntje, dat is nu wat ze wil.

 

Peter denkt terug aan die ochtend, zijn eerste inbraak. Het was best spannend geweest om aan haar spullen te zitten en aantekeningen van haar te lezen. Hij weet nu dat ze Karin heet en 24 jaar is. De fotoalbums waren een uitkomst geweest en hij had genoten van haar vakantiefoto’s, met name die waar haar rondingen zo mooi op te zien waren. Hij hoopt dat hij niet te ver is gegaan met dat vel papier midden in de kamer maar hij had de behoefte gevoeld om iets van zijn aanwezigheid daarachter te laten. Bewust heeft hij haar vandaag verder met rust gelaten maar morgen, morgen zal het gaan gebeuren. Er trekt een rilling door zijn lijf van opwinding. Ze zal van hem zijn, alleen van hem.

 

Met haar armen vol met tassen probeert Karin de sleutel in haar deur te steken. Eindelijk lukt het haar en ze loopt gelijk de keuken in om haar spullen op de aanrecht te zetten. Ze gooit het vlees in de vriezer, de rest van de spullen komt zo wel bedenkt ze want ze wil eerst even haar vriendin bellen over die leuke vakantieaanbieding die ze heeft gezien. Plotseling staat ze stokstijf stil, haar hart bonst in haar keel, ze heeft een droge mond en voelt het angstzweet over haar rug druppelen. Hij zit op haar bank, de man met het zwarte petje. Ze wil gillen maar er komt geen geluid uit haar mond. Peter staat rustig op, in zijn rechterhand heeft hij een groot mes vast wat hij ritmisch tegen zijn been beweegt. ‘Hallo Karin, ik denk dat het tijd is dat wij elkaar wat beter gaan leren kennen.’

 

 

@Ingrid Aanen