Home » Gedichten

Mist

Mist verzacht

het laat het overbodige verdwijnen

alles wordt ingepakt

in een witte wollen deken

 

Had ik maar een doosje mist

dan kon ik het kwade toedekken

het schreeuwen dempen

en me laven aan de stilte

 

Zou het ook werken in mijn hoofd?

wat mist om te verzachten?

of om te vergeten?

 

Mist laat zich niet vangen

of in een doosje stoppen

soms is het er

het lost vanzelf weer op

 

Dan beeld ik het me maar in

mist als fantasie 

in mijn hoofd

Hou vol

 

Huil je verdriet

natte wangen

venijnig bitter

hou vol

 

Zorg je zorgen

pieker, niet te veel

pijnig je hersens zacht

hou vol

 

Voel je pijn

haat het, aai het

omarm het

hou vol

 

Alles gaat voorbij

de tijd komt niet terug

de toekomst is een seconde weg

haal diep adem

hou vol

Balans

Een stekelig virus,

onzichtbaar en geurloos

zo klein en toch zo groot

 

De wereld verandert

alles op afstand

grenzeloze liefde zonder huidcontact

ik mis de warmte

 

Verwarring en agressie

vriendschappen veranderen

chaos in mijn hoofd

zoveel meningen en zo weinig kennis

 

Hunkerend naar liefde

zoek ik een balans

tussen gezondheid en eenzaamheid

Liefde is rood

Liefde is rood

heftig en intiem

Een warm vuur

in je hart

 

Liefde zo kostbaar

wordt beschermd

door eerlijkheid en

gekoesterd als een baby

 

Liefde is rijkdom

wanneer je haar kent

Een intense blijdschap

verankerd in je hart

 

Liefde is liefde

Omarm haar volledig

laat het niet wegglippen

Wees vrij en heb lief

Te veel

De aarde broeit,

vuur likt met lange tongen

dieren verschroeien,

gevangen in prikkeldraad

zwartgeblakerd,

te veel

 

Wanbeleid, jarenlang

de natuur is verkwanselt

economie is belangrijker

geld en macht, macht en geld,

te veel

 

De aarde siddert en spreekt

brandhaarden, overstromingen

de mens vliegt, consumeert

meer en meer,

te veel

 

Luister naar elkaar

help en handel met compassie

ruim je rotzooi op

deel je liefde met elkaar

en de natuur

mooi, simpel en nooit

te veel

Verdergaan

De kou streelt mijn adem

hij verdwijnt in de lucht

ik fluister je naam

 

Alles is in rust

bladeren zijn gevallen

bloemen zijn geknakt

 

Ik laat je hier achter

om je ooit weer te vinden

heb het goed

 

Wanneer de natuur ontwaakt

zal ook ik verdergaan

met de seizoenen mee

 

Stilstaan is geen optie

dag lief

ik fluister je naam

Winterslaap

De kou geselt de huid

mijn adem maakt wolkjes

al het zachte is verdwenen

wat overblijft is een scherp kartelrandje

 

De winter dwingt je

tot verkleinen

problemen bevriezen

hard met een suikerrandje

 

De kilte geeft een heldere blik

en noopt tot loslaten

de ballast begraven

onder verse sneeuw

 

De interne vlam dooft langzaam uit

in ruststand wacht ik

tot de zon mijn ziel weer zal verwarmen

en ik opnieuw geboren word

 

 

Hoop

hoop is leven

een sprankeling aan de hemel

het tilt je op

en laat je schreeuwen

 

hoop laat je genieten

alles kan

zelfs onmogelijkheden

 

hoop is een uitweg

een kans op beter,

mooier

 

hoop is een belofte

en kent geen angst

een baken om bij thuis te komen

 

hoop is ongrijpbaar,

het einde en het begin

 

verlies het niet

 

Ik ken je nog niet

ik ken je nog niet

toch zal ik je liefde herkennen

ogen trekken

harten slaan over

handen reiken

 

ik sluit mijn ogen en zie

je handen op mijn rug

houden me staand

in heftige stormen

 

samen kunnen we alles

zijn we in balans

warme lijven kussen

hartstocht en troost

 

waar ben je?

ik ken je nog niet

 

uit welke zijweg

kom je op mijn pad

of lopen we elkaar tegemoet?

 

jouw hand in de mijne

voelt vertrouwd

zo ook jouw komst

 

mijn hoop tintelt

en verheugt zich

je bent welkom

 

kom gauw

ik ken je nog niet

 

 

Het rijke land

verdreven door geweren

moe van het dagelijks geweld

in machteloze onzekerheid

vlucht je 

monddood geslagen

 

lichaam en geest gewond

opeengepakt met velen

verdraag je de stank

van de naderende dood

 

woest beukende golven  

maken je misselijk

deinend, gevangen op zee

angstige uren verstrijken

je klemt je vast 

aan de laatste strohalm

naar een beter leven

 

eenmaal de kust gehaald

wacht een kille ontvangst

je bent niet welkom

zelfs niet voor bad, bed en brood

 

verdreven door kilheid

moe van de dagelijkse afkeer

sta je vertwijfeld op straat

ook het rijke land

blijkt arm in vele opzichten

 

Het zwart

Het zwart trekt,

lonkt als een hitsige minnaar

dichterbij

aarzelend op de rand

zo moe

 

een duik

in het duistere zwart

als een deken omhuld

warm, alleen

diepe stilte

 

zwart maakt langzaam

sloom, suf

buitenwereld verdwenen

poorten gesloten

 

innerlijke kracht

bouwt een bodem

ineengekrompen, schuilend

wonden worden gewassen

verdriet spoelt weg

druppelsgewijs

 

wilskracht wordt sterker

schreeuw om lucht en licht

eerste zonnestraal

likt aan het leven

 

karakter scheurt de deken

opnieuw geboren

in de lente

wankelend

dan een sprong vooruit

sterker, vastberaden

leef het leven

 

dankbaar

zonder zwart geen licht